Dagboek Albanië 25 – 27 mei 2008
Verslag van Alex Le Mat,

Zondag 25 mei 2008
Het is zondagmorgen acht uur. Bij de ticketbalie tref ik Ad Voets, nog altijd de enige echte grondlegger van de Nederlandse relatie met Elbasan.
Zo zie je elkaar zelden meer en nu ineens twee keer binnen een paar maanden. Kort geleden was ik bij de STOEP (STichting Oost Europa Projecten) in Dordrecht waar ik een praatje hield over enkele van mijn Albanese avonturen. Ad speelt een belangrijke rol bij die club en had voor foto- en video-illustraties bij mijn verhaal gezorgd. Ik herinnerde hem toen aan de mogelijke uitnodiging, waarover ik tijdens mijn bezoek in maart had gehoord. De Onufrischool gaat haar vijftigjarig bestaan vieren en ze zouden Ad en mij graag uitnodigen als gasten. Met mijn dringend verzoek om snel uitsluitsel te geven was bij onze Dordtse ontmoeting nog niets gebeurd. De tijd tikte verder en de vliegtickets werden duurder en duurder. Uiteindelijk kwam de definitieve uitnodiging toch en heb ik onvoorstelbaar dure ‘last minute’ tickets gereserveerd. Voor de prijs van business class vertrokken Ad en ik als reizigers in de economy class naar Elbasan.


De aankomst op het vliegveld Rinas, tegenwoordig Nënë Teresa, was voor Ad de eerste verrassing. Heel wat anders dan oude complex, dat het meest leek op een vervallen fabriekshal. We namen plaats op een van de aantrekkelijke en betaalbare terrassen, waar we moesten wachten. Onze taxi (de krakende en rammelende Mercedes van ECE met Tani als chauffeur) had het weer eens begeven. Ne een uurtje was het zover. Het boeltje draaide weer en we konden op weg. De remmen produceerden nog wel curieuze geluiden. Daar moesten we maar geen aandacht aan besteden. Ook niet als we de Kraba pas afdaalden.
Voor Ad was het een hele belevenis om Albanië anno 2008 te zien, nu hij er zo’n vijf jaar geleden voor het laatst geweest was. Pas dan realiseer je je helemaal hoe snel en ongecontroleerd alles gaat. De flatgebouwen en fabrieken zijn groter en duurder dan ooit. En tegelijkertijd is de armoede is bij de armsten der armen veel groter dan voorheen.

Het zicht op de uitgegraven stadsmuur en het aan de binnenkant daarvan geconstrueerde Real Scampis waren het volgende nieuwtje. We kunnen er comfortabel terecht en hebben heel wat herinneringen op te halen voordat we morgen de festiviteiten gaan bijwonen.
Maandag 26 mei 2008

Als we bij de Onufrischool aankomen is het een drukte van belang. Fleurig geklede kinderen delen rozen uit en allerlei soorten bobo’s, gasten en belangstellenden staan in de brandende zon en in de koelte van het betonnen gebouw druk met elkaar te converseren. We ontmoeten vele bekenden en je ziet dat het voor velen een feest is om Ad na zoveel jaren terug te zien in Elbasan. In de herrie worden ook nog wat speeches gehouden, die wij helemaal missen. Ze zijn onverstaanbaar en bovendien is er geen tolk in de buurt.

Op een gegeven moment horen we dat de ceremonie zich gaat verplaatsen naar Teatri Skampa. Daar worden we om half elf verwacht. Omdat we even tijd hebben lopen Ad en ik eerst een rondje door het centrum, waar zo veel veranderingen zichtbaar zijn. Een paar minuten over half elf komen we aan bij het theater. Geen probleem, zou je zeggen, in een land waar men met de tijd anders omgaat dan bij ons. Maar nu is iedereen toch een beetje zenuwachtig of ‘de Hollanders’ er al zijn. Ja ze zijn er. Iedereen is gerust en de ceremonie kan doorgaan. Dat gaat met veel muziek en speeches. Het muzikale programma is natuurlijk lang, maar ook zeer afwisselend en van hoog niveau. Bijna alle sterren die ooit leerling van de school waren, treden op. Evenals leerlingen en oud-leerlingen in een ad hoc samengesteld symfonieorkest dat zich van zijn beste kant laat horen. Zien is wat anders. Want musici die even niks te doen hebben, nemen de gelegenheid te baat om uitgebreid bij te kletsen. Dat doet ook een storende groep leerlingen van de ‘afdeling figurative arts’. Wat hebben zij immers te zoeken bij al die muziek? Een strenge vermaning van de directeur volgt en het is weer stil ….

De burgemeester treedt op met een lange speech. Alle historische verdiensten van de school, haar leerlingen, docenten en directeuren worden belicht. Dan wordt een lange lijst van docenten speciaal geëerd en breekt het moment aan waarop de burgemeester de ‘Hollanders’ gaat toespreken.
We voelen ons best wel vereerd als wij het ‘certificaat van buitengewone burgerlijke verdienste van de stad Elbasan’ ontvangen. De dankbetuigingen zijn hartelijk en gemeend. Dat doet ons beiden goed.

’s Middags wordt het programma voortgezet met een (zeer) uitgebreide maaltijd in één van de vele restaurants die de stad rijk is. Het is sfeervol en gezellig. Het eten is goed, maar de communicatie valt tegen. Er is achtergrondmuziek. Die staat op een zodanig volume dat Ad zijn gehoorapparaat maar uitschakelt en ik ook de pogingen staak om te kunnen converseren. Op een gegeven moment is het geluid zo loeihard dat ik mijn evenwicht bijna verlies als ik even tollend en wel opsta. We beperken ons dan maar tot kijken hoe iedereen zichtbaar en hoorbaar plezier heeft in het hele gebeuren. Ik vind het met name leuk om te zien hoe allerlei folkloristische dansen bij al deze mensen in de genen zitten en hoe ze genieten van het meedoen.

Aan het eind van de middag lopen we nog even rond en komen we uiteindelijk bij het kantoor van ECE. Vele oude bekenden komen langs om Ad te begroeten en ik zie hoe waardevol dit bezoekje voor iedereen is.
Dinsdag 27 mei 2008
Dat was een kort maar krachtig bezoek.Bij het ontbijt stellen we dat vast, maar ook dat het de moeite waard was om hier te zijn. We hebben nog wat tijd voor korte ontmoetingen op het terras van het hotel, maken nog wat foto’s in de stad en dan gaan we op weg naar Tirana.

In het luxueuze stadspark gebruikten we een lunch bij ‘Taiwan’, een restaurant van grootstedelijke allure met veel Albanese kenmerken. Het eten is goed en met een goed gevulde maag aanvaarden we de reis terug naar Nederland.
Voor Ad geldt dat hij gedurende een jaar of veertien dit land zich heeft zien transformeren, voor mij zijn het er nog maar tien. Sommige dingen gaan tergend langzaam, andere ongecontroleerd snel. Maar boeiend is en blijft het om zo’n proces van transitie mee te maken.
RSS-feed voor reacties op dit bericht. TrackBack URI



